En ik maar schilderen en schilderen. Maar nu moest ik naar buiten treden met mijn kunswerken. Ik schilderde voornamelijk in die tijd op papier, veel gouaches en aquarellen zijn onstaan in die tijd.

Een klein handjevol mensen geloofde in die tijd wel in mijn kunstenaarsschap. Maar links en rechts zagen ze me  liever gaan als komen met mijn gouaches, aquarellen en een paar schilderijtjes. Kapper Marcel van de kappersaccademie in Beek en Donk zag er wel wat in en bood een gedeelte van zijn vitrine aan als podium voor mijn gouaches en aquarellen. Zo was mijn kunstenaarsschap geboren.

Ik had mijn werkjes nog niet hangen of de eerste kritieken kwamen al "Dit is toch geen kunst". "Dit is toch niet serieus schilderen?".Dus weinigen zaten op mijn schilderijen te wachten.

Ik moest het de volgende dag dus nog gaan hangen maar ik had er eigenlijk niet veel zin meer in. En mijn moeder zei :"En Van Gogh dan.." Nou en dan ga je met je schilderij onder je arm de rest van de schilderijen hangen.

Hierna volgden kleine exposities in bibliotheken (Helmond , Aarle-Rixtel, Eindhoven)

En in 2005 had ik mijn eerste grotere tentoonstelling in De Kluis in Boekel (ongeveer 35 schilderijen en een aantal beelden)